Wanneer kom je naar het ziekenhuis?
- op advies van de gynaecoloog
- als je weeën om de 5 minuten komen
- bij bloedverlies
- bij vruchtwaterverlies of vermoeden ervan
- als je ongerust bent
- als je voelt dat je baby minder beweegt
Als je twijfelt of ongerust bent, mag je altijd telefoneren met de vroedvrouw van de verloskamer op het nummer +32 14 44 42 31.
Waar meld je je aan?
De opname verloopt via de acute opvang ‘moeder en kind’ op campus Sint-Jozef. De verpleegkundige brengt je naar het verloskwartier. Daar vangt een vroedvrouw je op. In het verloskwartier laten we enkel de aanstaande moeder toe, samen met haar partner of een vertrouwenspersoon.
Wat breng je mee?
Bekijk een handig overzicht van wat je mee moet nemen naar het ziekenhuis in de brochure welkom op materniteit
Wie is er voor jou tijdens de bevalling?
Natuurlijk mag je een vertrouwenspersoon meenemen naar het ziekenhuis, die je bij staat tijdens het hele proces van arbeid en bevalling. Dat kan een partner zijn, familielid, of vriend(in). Bespreek het vooraf met je gynaecoloog als je nog een extra persoon erbij wil in de verloskamer. Zo kan er ook een doula, vroedvrouw of fotograaf aanwezig zijn bij je bevalling.
Tijdens je bevalling werken we in een team van verschillende zorgverleners, zoals gynaecologen, vroedvrouwen, anesthesisten en kinderartsen. Er zijn zowel vrouwen als mannen in ons team. In de nachten, weekends en op feestdagen is er altijd een wachtdienst voorzien. Het kan dus zijn dat je niet altijd zelf kan kiezen wie je begeleidt, maar je mag erop vertrouwen dat iedereen zich inzet om jou en je baby de beste zorg te geven. Om goede en veilige zorg te kunnen bieden, delen de betrokken zorgverleners de nodige medische informatie met elkaar. Uiteraard gebeurt dit op een veilige manier en met respect voor je privacy.
Verloop arbeid en bevalling
Spontane bevalling
- Bij opname op de verloskamer zal de vroedvrouw eerst een CTG-monitoring en een inwendig onderzoek uitvoeren om jouw ontsluiting te meten. We plaatsen een infuus om indien nodig snel medicatie te kunnen toedienen.
- Tijdens de arbeid kan je gebruik maken van een bad, douche of relaxatiebal om de pijn te bestrijden. Als je dit wenst, kan je een epidurale verdoving vragen.
- Regelmatige controles door de vroedvrouw en monitor bewaken het welzijn van de baby.
- Bij volledige ontsluiting (10 cm) start het persen onder begeleiding van de vroedvrouw en gynaecoloog.
- Na de geboorte leggen we je baby meteen bij jou op de buik. Na ongeveer 1 uur huid-op-huidcontact dienen wij de eerste zorgen toe aan je kindje.
- Na de bevalling blijft u nog ongeveer 2 uur op de verloskamer voordat u naar de kraamafdeling gaat.
Meer informatie:
Inleiding of inductie
Een inleiding wil zeggen dat we de weeën kunstmatig gaan opwekken. In principe gebeurt dit enkel omwille van medische redenen.
De wijze en het tijdstip van inleiding is afhankelijk van de baarmoederhals. Dit kan gebeuren door:
- het plaatsen van een tablet in je vagina
- inname van een tablet via de mond
- het plaatsen van een ballonnetje in de baarmoederhals
- het breken van de vliezen
Als na het breken van de vliezen, de weeën niet verder op gang komen, kunnen we starten met een weeënverwekker (oxytocine) via een infuus.
Keizersnede of sectio
Een keizersnede is een operatie waarbij de baby via de buikwand geboren wordt.
Vaak is een keizersnede gepland omwille van:
- een verkeerde ligging van de baby
- na een vorige keizersnede
- voor verloskundige of medische reden
Soms kan er besloten worden een keizersnede te doen als je al in arbeid bent. Een ongeplande keizersnede kan nodig zijn omdat de arbeid niet vordert of omdat het welzijn van de baby bedreigt wordt.
Een keizersnede gebeurt steeds in een operatiekamer. Meestal gebeurt een keizersnede onder rachi of spinale anesthesie. Hierbij spuit de anesthesist een verdoving tussen de ruggenwervels waardoor je onderlichaam volledig verdoofd is. U bent wakker tijdens de operatie en uw partner kan ook aanwezig zijn tijdens de keizersnede.
We proberen steeds een gentle keizersnede uit te voeren. Je kan je kindje zien geboren worden via een doorschijnende doek.
Na de geboorte kijkt de kinderarts je kindje na en nadien komt de baby bij jou. Afhankelijk van de drukte op de verloskamers kan het zijn dat je kind tot het einde van de ingreep bij jou kan blijven, dan wel na een tijdje met je partner naar de verloskamer gaat voor de verdere verzorging. Zodra de operatie afgelopen is, brengen we de moeder ook meteen weer terug naar de verloskamer.
Meer info: brochure keizersnede
Opnieuw bevallen na een keizersnede
Ben je bevallen met een keizersnede in je vorige zwangerschap? Heb je vragen over hoe je kan bevallen in de toekomst: kan dit vaginaal of moet het opnieuw een keizersnede zijn?
Het is belangrijk om de manier van bevallen te bespreken met je behandelend gynaecoloog en vroedvrouw. In deze korte animatievideo krijg je al heel wat informatie die je op weg kan helpen.
Bewegen tijdens arbeid en bevalling
Veel vrouwen voelen de behoefte om te bewegen tijdens hun bevalling. Dat is heel normaal. Bewegen helpt namelijk het geboorteproces vooruit. Het afwisselen van houdingen heeft verschillende voordelen.
- Wanneer je de ruimte hebt om je vrij te bewegen, kan je de intensiteit van de weeën beter beheersen.
- Bewegen helpt ook mee om de baby goed te positioneren in jouw bekken. Je hoeft zo minder lang te persen en het verkleint de kans op een instrumentele verlossing.
Bewegen in de verloskamer mag dus! Het helpt het geboorteproces vooruit. Vertrouw op je gevoel en probeer uit wat voor jou werkt.
Meer info over beweging tijdens de arbeid en bevalling vind je op deze website.
Na de bevalling
Ongeveer 2 uren na de bevalling brengen we mama en baby naar:
- Materniteit: waar de pasbevallen mama enkele dagen de tijd krijgt om te herstellen na de bevalling. Een team van gynaecologen, kinderartsen, vroedkundigen, verpleegkundigen en zorgkundigen staan klaar om zowel baby als moeder te verzorgen. De vroedvrouwen helpen je ook op weg met het voeden van je kindje. Lees hier alles over je verblijf op de dienst materniteit
- Neonatologie: als je kindje te vroeg geboren is, een te laag geboortegewicht heeft of er een probleem is met de gezondheid, zullen we je kindje verzorgen op de dienst neonatologie. Je kindje wordt hier extra in het oog gehouden en met de beste zorgen omringd. Ouders kunnen altijd op de dienst terecht en we betrekken jou maximaal bij de verzorging van je kindje. Lees hier alles over het verblijf op de dienst neonatologie
Terug thuis
Ook als jullie weer thuis zijn, zal er nog wat nazorg nodig zijn. Hier beschrijven we de zorg die nodig is voor de pasbevallen vrouw. Info over de zorg voor je baby krijg je van de kinderarts.
Kinesitherapie
Vanaf 6 weken na de bevalling kan je starten met postnatale kinesitherapie bij een gespecialiseerde therapeut in je buurt. Je kan een kinesist vinden op www.bicap.be of vraag naar onze lijst van bekkenbodemspecialisten in de nabije omgeving.
Tijdens het verblijf in het ziekenhuis krijg je al wat korte informatie met oefeningen van de vroedvrouw. Deze kan je thuis op eigen tempo al uitvoeren.
Tijdens de postnatale kinesitherapie (thuis) ligt de focus op:
- Evaluatie en herstel van de bekkenbodemspieren
- Het verbeteren van de lichaamshouding
- Het algemeen herstel van de rompstabiliteit (core stability)
- Reconditionering en op/herstart van sportieve activiteiten
Bloedverdunners
Bij sommige bevallen mama’s zullen we adviseren om na de bevalling gedurende een bepaalde periode bloedverdunners te plaatsen. Dit zijn kleine injectie ter hoogte van de buik of bovenbeen. Dit is nodig om het risico op trombose (een bloedklonter in je bloedvaten) zo laag mogelijk te houden.
Bij wie we dit adviseren hangt af van het individueel risicoprofiel, opgesteld aan de hand van verschillende wereldwijde richtlijnen.
Anticonceptie
Voor je naar huis vertrekt, zal de gynaecoloog het gebruik van anticonceptie met je bespreken. Tot aan de postnatale controle bij je gynaecoloog zullen de volgende opties worden overlopen:
- inname van een minipil
- condoomgebruik
- of eventueel tijdens opname het plaatsen van een progesteronstaafje (implanon).
Al deze opties zijn uiteraard veilig met borstvoeding.
Een minipil start je 2 weken na de bevalling met inname, en dit dagelijks, zonder stopweek. Hierbij wordt ook aangeraden om deze zo stipt mogelijk (dagelijks rond hetzelfde tijdstip) in te nemen.
Zelfstandig vroedvrouw of kraamzorg
Meer informatie hierover vind je op de pagina administratie