Menu Sluit menu

Functioneel

Onder functionele urologie verstaan we behandelingen van onder meer incontinentie en plasproblemen (bij mannen). We werken hiervoor nauw samen met de bekkenbodemkliniek van AZ Turnhout. 

Incontinentie

Incontinent zijn voor urine is een veel voorkomend probleem. Het komt voor bij een kwart tot ruim de helft van alle volwassen vrouwen en bij minder dan 10% van de volwassen mannen. Urine-incontinentie komt relatief vaker voor bij ouderen, maar ook jongere mensen kunnen er last van hebben. Dagelijks oncontroleerbare urine-incontinentie kan de kwaliteit van leven ernstig beïnvloeden door het vermijden van sociale activiteiten, hinder op het werk of zelfs arbeidsongeschiktheid en relationele problemen, bijvoorbeeld door urineverlies tijdens geslachtsgemeenschap.

De mate van ernst per patiënt kan zeer verschillen en lang niet iedereen gaat met deze klacht naar een arts. Nu het maatschappelijk taboe op urine-incontinentie aan het afnemen is en meer medische informatie beschikbaar komt via internet, radio en televisie, zoeken mensen actiever naar een adequate medische behandeling. Zeker met de komst van medicijnen die de blaas kunnen beïnvloeden als met een eenvoudige operatie met een vaginaal geplaatst bandje, zijn er in de laatste jaren veel behandelmogelijkheden bijgekomen. Urine incontinentie zelf is geen ziekte, maar een symptoom van een anatomische afwijking of een niet goed werkende blaas, bekkenbodem of neurologisch ‘aansturingssysteem’.

Stress-incontinentie

Bij een vrouw met een zwakke bekkenbodem kan soms de plasbuis niet goed afgesloten worden als er verhoogde druk in de buik ontstaat, zoals bij hoesten of bukken. Als hierbij urineverlies ontstaat, wordt dit stress-incontinentie genoemd. Zwangerschap en vaginale bevallingen, chronische obstipatie evenals overgewicht kunnen een rol spelen bij het ontstaan van deze vorm van incontinentie. Mannen kunnen ook stress-incontinentie hebben, maar dit komt weinig voor en dan met name bij patiënten met een zenuwziekte, een aangeboren afwijking aan prostaat, plasbuis of blaas of als complicatie van een operatieve ingreep.

Dieet- en levensstijlveranderingen

Gewichtsverlies bij te zware patiënten kan vermindering geven van het urineverlies. Vrouwen met urineverlies enkel en alleen op te verwachten momenten zoals bij sportactiviteiten, kunnen soms baat hebben van een vaginale tampon die de plasbuis wat ondersteunt.  Patiënten met chronische obstipatie kunnen baat hebben van de behandeling hiervan omdat ze dan minder langdurig hoeven te persen voor de ontlasting en er dus minder drukverhoging nodig is. Behandelen van een chronische hoest kan ook bijdragen aan minder urineverlies bij deze patiënten met stress-incontinentie.

Bekkenbodem oefeningen

Oefenen van de bekkenbodemspieren kan de actieve aanspanning van de bekkenbodem verbeteren. Een deel van de patiënten kan hierdoor geen hinder meer hebben van urineverlies.  Deze oefeningen kunnen desgewenst onder begeleiding van een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut plaatsvinden. Doorverwijzen voor bekkenfysiotherapie is met name zinvol als vrouwen bij het lichamelijk onderzoek een slechte tot matige bekkenbodemfunctie hebben of juist een aantoonbare aangespannen bekkenbodem. Bij mannen die operatief behandeld zijn aan blaas, plasbuis of prostaat, kan de bekkenbodem getraind worden om daarmee de stress-incontinentie te verminderen.
  
Bekkenfysiotherapeuten mogen inwendig werken waarbij soms gebruik gemaakt wordt van elektrostimulatie of biofeedback. Bij dit laatste wordt de spierspanning met een elektrode gemeten zodat de patiënt inzicht krijgt in aan- en ontspanning van deze spiergroep en de eventuele relatie met de klachten. Na een vaginale bevalling worden vrouwen geadviseerd hun bekkenbodem weer te trainen als ze voldoende lichamelijk hersteld zijn.

Trans-Obturator-Tape

Met de komst van het vaginale ‘bandje’ in 1996 is er een relatief eenvoudige operatie beschikbaar gekomen voor vrouwen met stress-incontinentie. De TOT- tape wordt via een kleine vaginale operatie onder de plasbuis geplaatst. Hiermee wordt de plasbuis ondersteund bij druk vanuit de buik. De meeste vrouwen zijn hiermee goed geholpen, waarbij het resultaat ook op de middellange termijn blijft bestaan. De operatie wordt in principe uitgevoerd onder een korte narcose en kan in dagbehandeling plaatsvinden.

Plaatsen van een kunstsluitspier

Voornamelijk bij mannen met stress-incontinentie als complicatie na een operatieve ingreep kan ook de indicatie gesteld worden voor het plaatsen van een kunst-sluitspier (artificiële urinaire sfincter). Hierbij wordt via een snede onder de balzak de plasbuis opgezocht en er wordt een opblaasbare cuff omheen geplaatst. Deze cuff is enerzijds verbonden met een reservoir dat achter het schaambeen wordt geplaatst en een te bedienen pompje dat in de balzak wordt gepositioneerd.

Aandrang (urge-) incontinentie

Als de blaas door aandrangklachten plots samenknijpt zonder dat daar controle over is, kan dit ook tot urineverlies leiden. Dit wordt urge- of aandrang-incontinentie genoemd. Soms zijn er afwijkingen in de blaas te vinden, zoals een infectie, blaastumor of blaasstenen, maar meestal wordt er geen oorzaak gevonden. De behandeling is dan gericht op symptoombestrijding.

Dieet- & levensstijlveranderingen

  • Gewichtsafname bij te zware patiënten kan het urineverlies verminderen.
  • Verminderde inname van koffie, alcohol of andere levensmiddelen (koolzuurhoudende dranken, kunstmatige zoetstoffen en citrusvruchten) kan helpen.
  • We adviseren rokende patiënten te stoppen met roken, omdat nicotine kan bijdragen aan het ontstaan van aandrang-incontinentie.
  • Bij klachten van chronische obstipatie zullen vezels en een ruime vochtinname geadviseerd worden aangezien obstipatie een risicofactor is voor aandrangklachten.

Medicijnen en blaastraining

Aandrang-incontinentie behoeft zelden een operatieve behandeling. Er zijn medicijnen ontwikkeld speciaal voor de overactieve blaas en aandrang-incontinentie. Deze medicijnen zorgen ervoor dat de blaas minder ‘spastisch’ wordt waardoor de hinderlijke aandrang grotendeels verdwijnt. Hierdoor heeft de patiënt meer tijd heeft om een toilet te bereiken voordat de blaas de urine al, ongecontroleerd, laat weglopen.

Vaak is het zinvol om naast de medicijnen ook blaastraining toe te passen, een behandeling waar gespecialiseerde bekkenfysiotherapeuten ervaring in hebben. Hierbij krijgen patiënten adviezen om geleidelijk ‘de blaas de baas te worden‘ door bij aandrang het plassen toenemend langer uit te stellen.

Botox blaasinjecties

Als de klachten blijven bestaan ondanks medicijnen of als er teveel bijwerkingen worden ervaren van de medicijnbehandeling, kan besloten worden tot een operatieve behandeling. In de meeste gevallen wordt er dan gekozen voor Botuline toxine (‘Botox’) injecties in de blaaswand.  De injecties met Botox leiden tot een verminderde aandrang en een verminderde knijpkracht van de blaas waardoor er minder urine incontinentie zal optreden. Wel kan bij een klein deel van de behandelde patiënten teveel rest-urine achterblijven na het plassen, waardoor bijvoorbeeld blaasontstekingen kunnen ontstaan of een te hoge druk in blaas en/of nieren. Deze groep zal dan één keer per dag of vaker de blaas zelf moeten leegmaken met behulp van een catheter. Botuline toxine in de blaaswand werkt na 6-9 maanden uit zodat eventueel gekozen kan worden voor een herhaalbehandeling. 

Sacrale neurostimulatie

Bij deze behandeltechniek wordt via de onderrug een elektrode (pacemaker) ingebracht die de zenuwen naar de blaas toe en van de blaas weg kan stimuleren. Het is een behandeling waarbij altijd eerst een proefstimulatie wordt uitgevoerd. Hierbij wordt een tijdelijke elektrode-draad in positie gebracht via de onderrug en het effect ervan wordt een week lang geëvalueerd. Indien er duidelijke verbetering bestaat van de klachten van aandrang en/of urine incontinentie, kan besloten worden tot een definitieve implantatie van een pacemaker.

Neurogene blaasfunctiestoornissen

Neurologische ziekten die de aansturing van de blaas beïnvloeden, zoals een hersenbloeding of de ziekte van Parkinson, kunnen ook urine incontinentie veroorzaken. Dit wordt dan een neurogene blaasfunctiestoornis genoemd en is een chronische conditie van de blaas.

Plasproblemen

Plasklachten komen veel voor, vooral bij de ouder wordende man. Veel voorkomende klachten zijn:

  • vaak moeten plassen
  • moeilijk kunnen ophouden van de urine
  • moeilijk op gang komen van de plasstraal
  • plassen in porties
  • nadruppelen
  • helemaal niet meer kunnen plassen

Oorzaken

Prostaatvergroting is de voornaamste oorzaak. Bij mannen worden bovenstaande klachten meestal veroorzaakt door een goedaardige prostaatvergroting.

Andere oorzaken kunnen zijn:

  • vernauwing van de plasbuis
  • verhoogde spanning van de spieren van de bekkenbodem
  • infecties van de urinewegen
  • prostaatkanker
  • medicijngebruik
  • suikerziekte
  • neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson

Diagnose

Om de juiste diagnose te stellen zal de uroloog u een aantal vragen stellen over uw plasgewoonten en zal met een inwendig onderzoek de prostaat onderzocht worden. . De uroloog kan besluiten om aanvullend onderzoek te doen zoals bijvoorbeeld  een uroflowmetrie waarbij de sterkte van de straal gemeten wordt of het uitvoeren van een echografie van de prostaat via de aars.

Behandeling

De keuze voor een behandeling hangt af van de oorzaak van de plasklachten. Bij goedaardige prostaatvergroting beginnen we vaak met medicijnen om de klachten verminderen. Ook kunnen algemene adviezen en bekkenbodemfysiotherapie een gunstig effect hebben op de plasklachten.

Als deze behandelingen niet goed werken, besluiten we soms tot een prostaatoperatie, de zogenaamde TURP (Trans Urethrale Resectie Prostaat). Dit is een kijkoperatie die gedaan wordt door de plasbuis. De prostaat wordt 'afgeschraapt' zodat er geen weerstand meer zit op de urineflow van de blaas. Als de prostaat erg groot is, doen we deze operatie via een kleine insnede in de onderbuik.

0 resultaten

Geen resultaten voor "", probeer opnieuw te zoeken.