Menu Sluit menu

IZA zoekt pluscollega's

27 juli 2020

Enkele weken geleden brak een tweede coronagolf uit. Gelukkig merken we daar in ons ziekenhuis momenteel nog relatief weinig van. Maar wat niet is, kan nog komen. We willen voorbereid zijn op een stijgend aantal COVID-opnames. Daarom zijn we nu al op zoek naar verpleegkundigen die bij een opschaling van het aantal COVID-bedden op Intensieve Zorgen (IZA), willen inspringen op deze afdeling. Voor je op IZA aan de slag gaat, krijg je een basisopleiding zodat je vertrouwd geraakt met de taken van een pluscollega op IZA en de COVID-pathologie.

Waarom de pluscollega’s zo nodig waren bij de eerste golf

Mich Moonen, IZA verpleegkundige

Tijdens de COVID crisis werd onze afdeling op heel korte tijd sterk uitgebreid. Er kwamen acht bedden bij op recovery en op CCU verzorgden we de patiënten die COVID-vrij waren maar wel intensieve zorgen nodig hadden, zeg maar onze gewone patiënten. Eigenlijk waren er toen 3 intensieve diensten. Daarom dat helpende handen echt wel nodig waren. Onder normale omstandigheden zijn er bijna 40 IZA verpleegkundigen om dag en nacht 15 patiënten op onze afdeling te verzorgen. Dat klinkt voor veel verpleegkundigen van andere afdelingen waarschijnlijk als een grote luxe. Maar om een patiënt die intensieve zorgen nodig heeft goed te kunnen verzorgen, mag je eigenlijk per verpleegkundige maximum 3 patiënten onder je toezicht hebben. Tijdens de COVID periode hadden we soms 4 à 5 patiënten onder onze vleugels. Dat was niet vol te houden. Je voelt je dan niet goed omdat je niet de zorg kan geven die de patiënt onder normale omstandigheden wel van ons zou krijgen.

Mich IZA verpleegkundige

Op een bepaald moment waren er bij ons 30 pluscollega’s aan de slag. De collega’s die van andere diensten kwamen helpen, hebben bij ons op de dienst een snelle opleiding gekregen om in ons team mee te kunnen draaien. In het begin bracht dat veel stress met zich mee omdat ik probeerde met een half oog mee te kijken hoe het bij de verzorging van hun patiënten ging. Op den duur weet je dat je dat moet loslaten. En dat kon gelukkig ook omdat de pluscollega’s de verzorging toch vrij snel in de vingers kregen. Alle COVID-patiënten zijn best wel hetzelfde: bijvoorbeeld naar beademing toe, hoe je ze moet sederen, qua medicatie, …  Er was bij hen ook zelden orgaanfalen.

Een knop omdraaien en durven dingen doen, dat was het belangrijkste voor onze pluscollega’s. Durven om patiënten te aspireren, durven een bolus geven, durven met Levophed op te hogen en te verlagen om de bloeddruk onder controle te houden, hen durven wassen, … Ik snap dat dat in het begin beangstigend kan zijn, wij hebben ook allemaal tijd nodig gehad om al die dingen perfect in de vingers te hebben. Maar eigenlijk hoeven ze daar niet bang van te zijn. Op vlak van verzorging of aspireren kan je niet veel verkeerd doen. En als er iets is: we zijn een team. Als je iemand roept om hulp, dan staat die er meteen.

We zijn een flexibel en fijn team, dat er 200% voor gaat.

Ik kan niet zeggen dat ons werk plezant was tijdens die eerste golf. We staan niet te springen voor een tweede. Er was veel werk, we zaten helemaal ingepakt en het was een emotionele periode. Familie via een scherm afscheid laten nemen van een patiënt, daarbij hou je het niet droog. Maar het was wel heel leerrijk en als groep zijn we nog feller naar elkaar toe gegroeid. We zijn sowieso een heel flexibel en fijn team, dat er 200% voor gaat. Ook met de artsen is het hier leuk samenwerken, er is veel wederzijds respect tussen ons. Ook zij hebben hier dag en nacht alles draaiende gehouden, onder een hoge werkdruk. Als wij hen bellen, staan ze er direct. Ze zijn heel benaderbaar, ze laten ons ook mee denken en geven ons heel veel vrijheid.

Ook de dankbaarheid van patiënten en familie doet deugd. Laatst hebben wij 6 flessen champagne gekregen van een patiënt die hier echt heel lang heeft gelegen. Hij is nu naar huis en een collega zag hem laatst met de auto rijden. Waarvan wij allemaal zeiden ‘hoe raar dat hij dat weer kan’ want voor hem hebben wij echt heel hard gevochten. We hebben voor al onze patiënten hard gevochten en dat geeft veel voldoening. Het is niet dat we hen allemaal kunnen redden maar bij sommige patiënten denk ik soms wel ‘zouden die in een ander ziekenhuis ook zo veel kansen hebben gekregen als bij ons?’. Ik denk dat wij op dat vlak qua doen en wil samen met onze artsen een heel sterk team zijn.

Op de COVID-afdelingen was je veel beter beschermd tegen het virus dan eender waar anders.

Bang ben ik niet geweest in heel die periode. Ik denk dat wij op vlak van beschermingsmateriaal verwend zijn geweest. Bij ons is er niemand op de vloer besmet geraakt. Er zijn wel enkele collega’s geweest die positief hebben getest. Maar die hebben het buiten het ziekenhuis opgelopen, zoals een collega die terug kwam uit Spanje (waar de situatie erger was als hier) of thuis een besmet familielid had. Op de COVID-afdelingen was je veel beter beschermd tegen het virus dan eender waar anders. Ik ben wel heel moe geweest. Na een shift was ik teut op. Dat was het nadeel van het dragen van zoveel beschermkledij. Een lange tijd niet mogen eten, drinken of naar het toilet mogen gaan wende gelukkig wel snel. En eigenlijk wende heel de situatie wel. Op den duur was half de gang nog COVID, en het was niet dat we ervoor vochten maar we vonden het zelfs totaal niet meer erg om op dat COVID- deel te staan. Omdat het vertrouwde werk voor ons was geworden. Dan was het weer moeilijk om even om te schakelen voor bijvoorbeeld een acuut neuro trauma of een acute reanimatie.

De ervaring van een pluscollega op IZA

Nele Roefs, verpleegkundige op CCU

Ik werk sinds 2 jaar op cardiologie, waarvan 1,5 jaar ook op CCU. Tijdens de eerste golf van de coronacrisis heb ik zo’n 2 maanden op Intensieve Zorgen gewerkt. Sommige nachtdiensten werkte ik nog wel op CCU, waar ik naast de zorg voor CCU patiënten ook geregeld in stond voor de zorg voor niet-COVID IZA patiënten.

Net voor het weekend van 14 en 15 maart werd de lockdown afgekondigd en maandag ben ik op Intensieve Zorgen begonnen. Zondag 15 maart kreeg ik een mail dat ik (net zoals bijna al mijn collega’s van CCU) op IZA moest gaan helpen en bijna al mijn shiften heb ik daar gestaan. Het was dus geen eigen keuze op dat moment. Maar ik heb het werk als pluscollega op IZA heel positief ervaren.

Nele pluscollega IZA

Wij werden er heel goed ontvangen. Bij aankomst werden we meteen welkom geheten en lieten de collega’s van IZA blijken hoe blij ze waren dat wij kwamen helpen. Ze toonden ons waar we onze spullen kwijt konden, ze legden heel goed uit wat we moesten dragen, en hoe we die dingen moesten aan doen. Dat was wel fijn, want we werden daar van de ene dag op de andere gedropt, wisten nog niets en wisten ook niet wat we konden verwachten daar. Tijdens mijn hele periode op IZA heb ik gemerkt dat ik altijd vragen mocht stellen. Ze stonden daar heel erg voor open en ze reageerden daar altijd goed op.

Wie nu als pluscollega op IZA gaat helpen krijgt vooraf een opleiding waarin je de basis van de verzorging op IZA mee krijgt. Dat lijkt mij een mooie voorbereiding op het ondersteunende werk dat je op IZA gaat doen. Maar daar was bij de eerste golf de tijd niet voor... De eerste shiften heb ik daarom dubbel gelopen met een IZA verpleegkundige. Maar al na een paar werkdagen kreeg ik 3 patiënten waar ik verantwoordelijk voor was tijdens mijn eerste vroege shift. Dan denk je wel ‘oei, wat moet ik nu verwachten’… De verpleegkundigen van IZA vonden dat ook te veel van het goeie. Ze hebben me toen echt goed geholpen. De nachtverpleegkundige heeft allerlei info voor me opgeschreven, alles wat ik moest weten stond op papier. De IZA verpleegkundigen hebben toen ook 2 van de 3 patiënten voor mij gewassen. En daarna is zo’n situatie niet meer voorgevallen. Nadien had ik 1 à 2 patiënten waar ik voor in stond, maar steeds wel onder supervisie van een IZA verpleegkundige. Die had dan zijn of haar eigen patiënten om voor te zorgen, maar als er iets was dan kon ik steeds bij die verpleegkundige terecht. Als je angst had voor iets, dan mocht daar zeker over gesproken worden. Ik had het gevoel dat we heel goed opgevangen werden.

Ze verwachten niet van een pluscollega dat je alles doet wat een IZA verpleegkundige doet.

Ze verwachten niet van een pluscollega dat je alles doet wat een IZA verpleegkundige doet. Ze begrijpen heel goed dat je zoveel verantwoordelijkheid niet kan en wil opnemen. Op beademingstoestellen zijn er bijvoorbeeld heel veel instellingen. Afhankelijk van de toestand van de waardes van de patiënt moet je instellingen aanpassen. Voor ervaren IZA verpleegkundigen zijn dat linken die zij heel snel leggen, maar voor ons is dat nieuw en daarom lag de verantwoordelijkheid voor dat soort zaken niet bij ons. Maar zodra je er wat meer mee vertrouwd was, kon en mocht je hier altijd initiatief nemen om een mogelijke aanpassing te doen, mits overleg met de verpleegkundige van IZA.

Wij deden vooral ondersteunend werk zoals bloedgassen nemen, infusen klaar maken, via een centraal veneuze katheter bloed trekken, … We mochten dus wel echt verpleegtechnische handelingen doen en ook mee klinisch redeneren. Ik vond dat heel interessante en toffe handelingen om te leren en waarin je kunt groeien als verpleegkundige. De COVID pathologie is één pathologie en IZA zelf lag lange tijd vol met enkel deze patiënten. Als je daar staat, krijg je de pathologie onder de knie. Op gegeven moment weet je wel wat je kunt verwachten van iemand die beademd is, hoe die kan evolueren, wat de pathologie in de hand werkt. Dat had je minder met de niet-COVID intensieve patiënten. Het voelde dus veiliger om bij de COVID-patiënten te werken en daar hebben ze ook wel op geanticipeerd. Na een tijdje kregen enkel wij nog de zorg voor COVID patiënten of als ik op CCU stond zorgde ik voor de ‘makkelijke’ intensieve patiënten. Patiënten die aan beademingstoestellen lagen, werden verzorgd door de IZA verpleegkundigen.

Ik denk dat het vooral belangrijk is dat je leergierig bent.

Onze groep plusverpleegkundigen op IZA was een mix van collega’s uit allerlei diensten. Er waren heel wat collega’s opgeroepen die ooit intensieve deskundigheid hadden opgedaan of ooit op IZA hadden gewerkt. Maar die waren meestal al zo lang weg van IZA, waardoor er ook voor hen veel nieuw was. Van de pijnkliniek waren er ook wel wat collega’s. Voordeel voor hen was dat ze de artsen al kenden. Van OK en Recovery stonden er ook collega’s, die zijn natuurlijk wat meer vertrouwd met het acute en verpleegtechnische handelingen. Wij van CCU waren er. Maar er waren ook een paar collega’s van poliklinieken. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat je leergierig bent. Je gaat veel nieuwe dingen te horen krijgen, veel nieuwe dingen leren en daar moet je voor open staan. Het was gemakkelijk dat ik van op CCU al een basiskennis had van bepaalde handelingen. Een bloedgas nemen is niet moeilijk, maar als je dat al eens gedaan hebt of gezien hebt dan is de drempel al wat lager. Maar voor wie het allemaal nieuw is, is er nu natuurlijk die opleiding die je krijgt voor je op IZA gaat helpen.

Ik hoor van veel andere pluscollega's dat ze heel veel op IZA hebben geleerd en dat ze de samenwerking fijn vonden.

Ik heb de periode als pluscollega op IZA heel positief ervaren. Ik hoor ook van heel veel andere pluscollega’s dat ze er heel veel hebben geleerd en dat ze de samenwerking fijn vonden. Maar het was voor een aantal van hen wel confronterend om niet alles perfect te kunnen doen omdat je het werk daar niet door en door kent. Ik zag het als een uitdaging en nam het zoals het kwam. Het is mij goed bevallen en heeft mij getriggerd om te bekijken of ik mijn banaba of postgraduaat kan behalen in de toekomst.

Het was natuurlijk wel zwaar: 8u in een pak, na 4u er eens uit om even te eten en dan weer terug. Je komt thuis en moet even een klik maken, ventileren op adem komen. Soms neem je wel dingen mee naar huis, je ziet confronterende beelden. Veel patiënten worden beademd, moeten op hun buik gelegd worden. Je belt alle dagen met familie en bent hun enige contact met de patiënt. Familie moeten opvangen die afscheid kwamen nemen van een stervende patiënt heb ik niet moeten doen. Wie er zo slecht aan toe was, werd door een IZA verpleegkundige verzorgd. Maar ik heb al die dingen wel een plaats kunnen geven. Misschien door mijn optimisme en het goede gevoel dat ik op IZA kreeg. Ik kon ook echt terecht bij de collega’s daar. Na elke shift namen ze de tijd om even te praten. Al was dat 10 minuten: gewoon even zitten en praten over hoe de dag verlopen is, soms ook over stomme dingen :). Maar dat deugd en ik was op dat moment ook echt deel van dat team.

Ik ben blij dat ik deze kans heb gekregen en van dat werk heb mogen proeven.

Volgens mij kan je alleen maar een betere verpleegkundige worden door te leren, door je te ontplooien in bepaalde dingen en daar heb ik echt de kans toe gekregen. Het algemene gevoel bij mij is dat ik blij ben dat ik deze kans heb gekregen, dat ik daar heb mogen staan en van dat werk heb mogen proeven. Het heeft mij getriggerd om dat soort werk te gaan doen in de toekomst. Dus ik sta wel te springen om volgende keer weer naar daar te gaan. Ik heb al laten vallen in mijn team dat als er weer collega’s op IZA moeten worden ingezet, ik er graag zoveel mogelijk ga staan. 

Word pluscollega

Wil je je kandidaat stellen om op IZA te helpen als er weer meer bedden moeten komen voor COVID-patiënten? Dan kan je je interesse doorgeven aan Ilse Cynsmans van het directiesecretariaat (4680 of ilse.cynsmans@azturnhout.be).  We horen graag zo snel mogelijk van je! Zo kunnen we je op tijd uitnodigen voor een opleiding en start je voorbereid als je het zover is.

Heb je nog vragen na het lezen van deze verhalen? Dan kan je contact opnemen met zorgmanager Eddy Dilen (6970 of eddy.dilen@azturnhout.be).

0 resultaten

Geen resultaten voor "", probeer opnieuw te zoeken.